Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Een buitenkansje.

lik vüi IV aar wa^ vvas ^at?

ÜK Vn El De jongens springen plotseling in de grootste ontsteltenis op. De kleine Jan heeft in den eersten schrik

zijn vriend bij het buis vastgegrepen.

Ja, daar staan ze en kijken elkander aan.

„Een haasl" roept Gerrit eensklaps uit.

Hein tuurt den vluchtenden haas verbluft na: „Wel foei! is me dat schrikken!" zegt hij. „Over mijn schouder is hij heengesprongen!"

Het was zoo! Een haas had, vlak achter de plaats waar zij zaten, in het warme bed van naalden een slaapje gedaan. Door het praten van de jongens was hij plotseling daarin gestoord. Een poosje hield hij zich in den grootsten anggt doodstil, hopende dat de ongenoodigde gasten weer even spoedig zouden weggaan als ze gekomen waren. Daar hij hierin teleurgesteld werd, waagde hij den sprong heelemaal over een breeden tak, vlak langs het groote oor van onzen niets kwaads vermoedenden Hein.

„Je klomp 1 Geef hier je klomp!" roept deze eensklaps, bukt zich gezwind en wringt zijn buurjongen den eenigen klomp,

Sluiten