Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

Ken tochtje met hindernissen.

aan we nu niet naar tantè Aaltje?" vraagt Jan na fcftj „Dat is waar ook!" valt Hein hierop in. „We

zouden warempel met al die drukte 't voornaamste vergeten!"

„Dan maar dadelijk opgestapt!" roept Gerrit. „De vliegen zullen al gauw zóó lastig worden, dat wij de koeien weer moeten .vasthouden!"

„Is het ver?" waagde Jan te vragen, want hij was nog wel een weinig moe en zag geducht op tegen een verre wandeling.

„Weineen 1" verzekerde Hein. „Zie je dat huis tusschen die boomen? — Ja? — Nu, daar moeten we wezen! In een goede vijf minuten zijn wij er."

Zoo togen de twee koeherders dan op .veg, met den kleinen Jan ieder aan een hand in het midden. Den haas hadden zij onder de struiken verborgen.

„We zullen er maar recht op aan loopen!" sprak Hein. „We moeten dan nog wel over een sloot, maar als ik me goed herinner, ligt er een plank over."

„De kortste weg is mij 't liefst!" verzekerde Gerrit. „Zie maar eens! de beesten worden al wat ongedurig en kregel!"

Sluiten