Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot als een dobbelsteen, maar dat was toch allesbehalve de regel. En zulk een maal vult wel, maar voedt heel weinig.

„Je moest daar onder dien berk gaan zitten, Janneman!" zei Gerrit. ten einde raad. „We zijn dadelijk terug en zullen je bessen en een boterham meebrengen!"

„Ja," sprak Hein, „dat moest je nu even doen, dan ben je een bovenst-beste jongen!"

„Ik wil met.'jelui mee!" huilde Jan. „Ik ben bang, alleen! Als je mij alleen laat, spring ik pardoes in de sloot!"

Onze twee vrienden merkten wel, dat het den kleinen man ernst was en dat het derhalve op die manier heelemaal niet gaan zou.

Goede raad was hier duur.

Gerrit schoof zijn zware pet nog een weinig verder naar achteren, streek zich het haar uit het gezicht, wreef zich 't voorhoofd, alsof de zomersproeten het moesten ontgelden en riep toen eens vroolijk uit:

„Hoe dom toch, dat we daaraan niet eerder gedacht hebben?"

„Waaraan zouden we hebben moeten denken?" vroeg zijn kameraad nieuwsgierig en niet zonder goede hoop, dat alles nog ten beste zou uitvallen.

„Wel," antwoordt Gerrit op een toon, die geen den minsten twijfel overlaat, dat zal ik je laten zien!"

Hij wipt weer de sloot over en gaat in een gebukte houding naast Jan staan, dien hij onder bij de broekspijpen vastpakt. „Zie!" dus gaat hij voort, „ik houd Janneman onder bij de beenen vast. Nu laat hij zich voorovervallen en strekt de armen recht voor zich uit. Die moet jij zien te grijpen. Je houdt jze stevig vast en dan gooi ik met een vluggen zwaai de beenen naar den ovérkant. Op die manier hebben we hem in een ommezien heelemaal over de sloot heengewerkt en hij is zoo droog gebleven als een kurk, zal ik maar zeggen!"

Hein keek zijn vriend met verbazing aan. Hij bewonderde de vindingrijkheid van Gerrit niet weinig en daar hij zelf in ieder geval geen doelmatiger middel bedenken kon, wachtte hij er zich wel voor om tegenwerpingen te maken; hij nam zich

Sluiten