Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen verdween zijn lichaam steeds meer in het diepe, kille water, te killer omdat de kleine man gedurende de verre wandeling nat bezweet was geworden.

,,'t Loopt heelemaal mis!" mompelde Gerrit.

„'t Is al lang misgeloopen!" bromde Hein.

„Moeder! o Moeder! Help, o help me toch!" schreeuwde Jan in doodsangst.

„Janneman wordt" op die manier doornat!" hervatte Gerrit verdrietig.

„Janneman is al lang doornat geweest: hij hoeft het niet meer te worden!" mopperde Hein daartegen in. ,,'t Is een ■ dwaasheid, om met een koe en een kleinen jongen op het pad te gaan."

„O, o! die Bullebak! die Bullebak! Moeder! Moeder! help! o, help me toch!" kreet de kleine drenkeling.

„Wat moeten we nu toch beginnen?" riep Gerrit wanhopig uit. „De jongen wordt op den duur zoo zwaar als lood."

„Smijt de beenen er over, zooals jou plan was!" raadde Hein.

Gerrit zette zich terdege schrap. Hij wierp de beenen zoo ver hij kon, en meer mocht men redelijkerwijze niet van hem verlangen. Jammer genoeg bleek dit bij lange na niet ver genoig te wezen, want in een volgend oogenblik hingen bedoelde beenen ook in het water.

De eigenaar van die beenen gaf een gil, die Gerrit .door de ziel sneed. Doch spoedig had Hein hem tegen den wal opgetrokken. Huilend stond de kleine man aan de overzijde. Zijn kleeren dropen van water.

„Wees maar gauw stil, Janneman!" vermaande Gerrit, terwijl hij hem het water uit de klompjes goot en er een bosje dro>g gras instopte.

„Ja, Janneman, wees nu gauw stil, dan ben je ook een groote jongen!" voegde Hein hieraan toe.

Jan, die zeer gaarne groot wilde zijn, groot wezen is immers zoo pleizierig! — zag echter geen kans om zoo maar op kommando de tranen te bedwingen. Hij begon, in het gevo zijner machteloosheid, nog jammerlijker te huilen.

Sluiten