Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij nog wel een plok gras, maar 't ging niet recht van karte en telkens weer keek zij met vijandige blikken om zich heen, als wilde zij zeggen:

„Kom, alsjeblieft,- niet te dicht bij mij, want op het oogenblik ben ik tot alles in staat 1"

Nu, dat Bonte zich volstrekt niet stoorde aan het geroep van Gerrit, was geen wonder; hij was haar meester niet.

Maar waarom gaf Hein geen antwoord? En waarom was hij nergens te zien?

„Hein is ginder achter die dennen, waar we eerst gezeten hebben!" zeide de kleine Jan en hij wees met den vinger in de richting, waar hun makker verdwenen was. „Hij wil den haas ophalen !"

Het kleine, bibberende ventje had juist geraden.

Maar er is een groot onderscheid tusschen willen en doen, gelijk uit het volgende zonneklaar zal blijken,

Sluiten