Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

Een loopende hond vangt wat.

R(CI eun's de scheper of schaapherder, hoedde zijn

Üa ©H kudde schapen daar vlak in de buurt.

Sp jgffi De goede man rookte met smaak zijn pijpje en breide

een kous, terwijl hij in de schaduw van een korten, dikken denneboom op een hoogte zat, en de schapen rustig in den omtrek liepen te grazen.

Turk, de hond, moest oppassen dat zij niet wegliepen.

Eea gemakkelijk werkje was dit niet. Een paar lammeren toch waren verbazend eigenwijs. Telkens kuierden de nieuwsgierige dreumesen op hun eigen gelegenheid de wijde wereld in en dan moest onze Turk maar zien, dat hij hen weder bij den troep kreeg. De baas stoorde zich daaraan volstrekt niet. 't Was om er verdrietig onder te worden en Turk was werkelijk verdrietig. Toen hij ze den laatsten keer terughaalde, keek hij den baas knorrig aan en blafte nog eens goed uit, om zijn hart wal te luchten. Blijkbaar wilde hij met dat geblaf zeggen:

„Waarom bemoeit ge u volstrekt niet met de zaak t Ut Kan het u heelemaal niet schelen, waar de stomme dieren blijven? Nu, mijnentwege mogen ze loopen, waar ze verkiezen!"

En hij stond een poosje erg boos met zijn beide oogen te

Sluiten