Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij spitste derhalve de ooren en loerde wantrouwig naar alle kanten. Het kwam hem al te onwaarschijnlijk voor, dat hij rustig aan zulk een rijk vöorzienen disch kon te gast gaan. Maar, o wonder! Er was geen onraad te bespeuren. Er was niemand, die hem den heerlijken buit betwistte.

Of hij ook vlug aan 't knabbelen en kluiven sloeg! Den halven

Langoor had hij al ongeveer op zijn gemak opgepeuzeld, toen hij eensklaps verschrikte door naderende voetstappen.

Wie of wat kon dat zijn?

Misschien was het zijn baas wel! En dan?.... Moest hij die lekkere brokken zoo maar in den steek laten?

Dat was te erg! Daartoe zou hij onmogelijk kunnen besluiten; er mocht dan van komen, wat er wilde. Zijn hondenhart klopte e'chter zeer onrustig. Hij wist.wel, dat hij zich op verboden terrein bevond. Maar: wie waagt, die wint. En wagen wilde het de slokop; derhalve bereidde hij zich tot een gevecht op leven en dood.

Hij bedekte zijn prooi zooveel mogelijk met zijn lichaam, dook als een kat die een muis wil bespringen, zette de haren recht

Sluiten