Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schopte nu toevallig met den voet tegen, den hollen hoorn, die op den grond gevallen was. Hein was vol verwondering naderbij gekomen: en daar hij vroeger al eens zulk een ongeval had bijgewoond, maakte hij aan Gerrit duidelijk, wat er eigenlijk gebeurd was.

De arme Gerrit was radeloos.

Met het oog op het misvormde bee3t en op den doodsbleeken,

rillenden en huiverenden Jan verweet hij zich zijn roekeloosheid.

Hein, ofschoon niet zoo bedroefd, treurde toch óok over het ongeluk en tevens over het verlies van den haas, die nu reddeloos voor hem verloren was.

Droevig en zwijgend gingen de knapen met de beester! huiswaarts. Met smart en zelfverwijt herinnerden zij zich telkens weder dit versje, hetwelk zij zoo vaak in de school hadden nageschreven:

„Een uur van onbedachtzaamheid Kan maken, dat men weken schreit."

Zij zouden later nog vrij wat meer reden hebben, om over hun onbedachtzaamheid spijt te gevoelen.

Sluiten