Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

liet einde moet den last dragen.

^oe schrikte moeder De Rijk, toen ze de knapen thuis kreeg met bles, wier kop nog altijd een weinig bloedde en die bovéndien nog hongerig was.

Al aanstonds begreep zij, wat er voorgevallen was.

„Och, och!" zeide het goede mensch met tranen in de oogen, „mijn lief en trouw beest! Moést je daar zoo ongelukkig t.e pas komen! Och, wat spijt mij dat!"

Zij vatte den kop van het zachtzinnige dier in de armen en streelde hem. terwijl zij haar eigen hoofd er tegenaan vlijde.

Bles was voor deze blijken van teederheid zeer gevoelig. Zij slaakte een zacht, doch treurig gebrom, als wilde zij zeggen: „Ach, mijn lieve meesteres, het doet me waarlijk veel leed, je zoo bedroefd te zien; maar alles loopt ons ook tegen!"

De huismoeder wierp Bles een hoop onkruid voor, dat zij uit de aardappels gewied had. Bles zocht er die planten uit, welke zij luste. Toen wierp zij zich op de eene zijde in den met schollen zindelijk gehouden stal en begon het genuttigde gras en de kruiden te herkauwen.

En de kleine Jan? Waar was die gebleven?

Sluiten