Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zij misschien in jaren niet te boven zouden kunnen komen! Hun eenig kind had hij te water doen raken en met natte kleeren laten rondloopen! Hoe zou hij het durven wagen, om nu bij die menschen aan huis te komen? Moeder De Rijk moest toch, toer ze den'vorigen avond haar zoontje naar bed hie?p, wel bespeurd hebben, dat Jan's onderkleeren heelemaal nat waren!

Terwijl Gerrit daar achter het kreupelhout verscholen zat en door het. dichte net van bladeren heen naar de zon tuurde, staarde die hem uit haar indrukwekkende hoogte aan als een groot, ernstig oog.

Daar gleed er een wolk overheen, als een witte, doorzichtige

sluier.

Waarom staarde die zon zoo droevig' neder?

Waarom lag er nu een donkere schaduw^over het liuis van den daglooner, terwijl verderop de planten en de boomen schitterden in het volle licht?

Een groote vlieg snorde en gonsde en bromde heen en weer, al door heen en weer. Wat had dat gebrom te beduiden?

„Ik heb een scherpen reuk en luid nu met mijn vleugels de doodsklok. Straks begint de klok in den dorpstoren te brommenen dat zal heinde en Ver over den omtrek weergalmen en ieder zal het. weten, dat jij de oorzaak bent geweest van den dood

van den kleinen Jan!"

Dat was de uitleg, dien -de arme Gerrit gaf aan het somber gebrom van de groote vlieg.-v

En een ontelbare menigte insecten begöiHien nu in den pijnboom boven zijn hoofd zulk een eentonig gegons en gebrom te doen hooren, alsof er daar onderscheidene klokken door onzichtbare handen geluid werden.

>Nu werd ook de dorpsklok geluid voor de godsdienstoefening, doch zij klonk zoo somber en verwekte zulke zware, droefgeestige weergalmen, alsof ze luidde voor een begrafenis.

Eindelijk verstierf haar geluid. Alleen de insecten in den boom bleven brommen en gonzen, ;

Sluiten