Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar tusschen door klonk op eens een gehuil: „Uhu! uhu!" Gerrit schrikte er van.

Het was een groote lichtschuwe uil, die zoo schreeuwde. Zij was door andere vogels uit haar schuilplaats opgejaagd. Kraaien, eksters en zelfs kleine vogels achtervolgden haar mét een luid geschetter en geschreeuw, totdat zij dicht in de buurt der woning van den daglooner De Rijk verdween.

Nu werd alles weer stil.

Dit duurde echter maar één oogenblik. Toen begon eensklaps een specht, die belangstellend uit de opening in een hollen boom dit spektakel had aangezien, zóó luid te schaterlachen, dat Gerrit er van opschrikte.

„Akelige vogel, waar¬

om doe je me toch schrikken?" prevelde hii halfluid.

,akelige" vogel schaterde nu nog luider, als wilde hij

De

duidelijk doen blijken, dat hij moeilijk door iederen knorrepot zijn vroolijkheid kon laten verstoren, en ook volstrekt geen plan had, om op zulk een mooien zomerdag, — ter wille van wien ook, — een zuur gezicht te zetten.

„Uhu! Uhu! pieuw-pieuw!" schreeuwde weer de uil.'„Ze heb-

Sluiten