Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuurde zij met haar schrandere kijkers naar links en naar rechts, alsof zij begreep, dat er iets niet in den haak was. Toen Eij Gerrit zag zitten en ook deze haar met zijn bedroefde oogen aanstaarde, riep ze met haar helder stemmetje: „Tsjititè! tsjititè! tsjitiet!"

Toen, kroop zij schielijk weer in haar donker verblijf terug, om de eitjes verder uit te broeden. „Ik doe mijn plicht!" scheen ze te willen zeggen, „en 't zou yoor dien grooten jongen ook veel beter geweest zijn, als hij zijn plicht had gedaan!"

Gerrit kon hier zóó niet langer blijven zitten.

Hij wierp nog een blik op den trouwen Bles, die er nu .zoo leelijk uitzag, en op de deur, die gesloten bleef. Langzaam en treurig ging hij eenige oogenblikken later zijn eigen klein en donker huisje weer binnen, waar hij, hoe jong ook, reeds zoo menig droevig, maar toch ook zoo menig genoeglijk uur doorleefd had.

Lest heugt 't best! Het kwam den armen jongen voor, dat hjj nog nooit zoo ongelukkig geweest was als nu.

Ach ja! het is droevig, arm te wezen; maar veel treuriger is het, een ongerust geweten te hebben!

Sluiten