Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI.

liet berouw komt te Iaat.

'Pï|gOTerrit! Komaan, mijn jongen! Nu moet je opstaan! Ik

I IOmI hoor Bles van den buurman je al roepen."

Met deze woorden werd Gerrit den volgenden morgen door zijn moeder gewekt.

Traag en lusteloos kwam hij voor den dag. Het hoofd stond h^m nog erg scheef op de schouders vanwege de pijn in den nek, maar niettemin kleedde hij zich gewillig aan. Moeder reikte hem bij het weggaan een mooien appel toe, om dien aan zijn kleinen vriend te brengen, en ze beloofde hem er ook later nog een voor Janneman te zullen geven.

Maar al kwam hij nu ook niet met ledige handen, toch zag hij er geducht tegen op, om weer bij zijn buren te komen.

Was Jan werkelijk ziek?

Hij vreesde dit zeer, maar weten deed hij het toch niet en derhalve bleef er nog immer een plaatsje over voor de hoop. Hij vatte weer een weinig moed, wipte de pet, die in de ton er niet mooier op geworden was, eens goed naar achteren, wenschte zijn moeder goeden dag en ging de deur uit.

Doch toen hij den grooten weg bereikt had, ontstelde hij zoo hevig, dat zijn beenen als verlamd schenen. Stond daar niet

Sluiten