Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor degenen, die in de bovenlokalen zaten en al verscheidene jaren zoo^n eersten schooldag hadden meegemaakt, had die klank niets nieuws, niets vriendelijks meer; ze waren er aan gewoon en hare eenige klacht was, dat ze altijd veel te vroeg naar haar zin weerklonk. Meestal was het op een oogenblik, dat ze nog druk aan het spelen, babbelen of lessen nakijken op het schoolplein waren, en die bel was dan heelemaal niet welkom. De kleintjes echter hoorden haar nu voor het eerst, en die luide, vermanende klank deed hare popelende hartjes vol verwachting kloppen.

De les nam een aanvang; Juffrouw Stolle begon met de kinderen om de beurt iets te laten vertellen van hetgeen zij in den zomertijd hadden uitgevoerd. Nu raakten de tongen gauw los; bijna allen waren uit de stad geweest, de een aan de zee, een ander in de bergen of bosschen, en allen hadden veel pleizier gehad.

„Ik heb iederen dag ezeltje langs het strand gereden en zóó diepe kuilen in 't zand gegraven, dat het water er in kwam!" riep Lize, het vroolijke blondje in de voorste bank.

„En ik ben op hooge bergen geweest, waar sneeuw op lag, heelemaal in de lucht", riep haar buurmeisje Jetje, met de handen in de lucht, als om te toonen hoe hoog dat was.

„En ik heb boven op een hooiwagen gereden; het was o! zoo lekker zacht," klonk het weer van een anderen kant.

Het werd nu een algemeen gegons van stemmetjes; allen praatten druk door elkaar, alleen het kleine meisje,

Sluiten