Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Nanny nu aan de koffietafel zat, kwam langzamerhand alles er uit.

„Mama, waarom zijn ze allemaal zoo heel anders dan ik; waarom plagen ze me toch?"

Mevrouw Rogers bedekte het bleeke gezichtje met kussen en liefkoozingen. Voor haar was Nanny het mooiste, knapste kind, dat er bestond, en het was nog niet in haar opgekomen, dat haar klein vertroeteld popje niet was zooals andere kinderen.

Zij woonde pas sedert een jaar in Rikmond. Vroeger had haar man eene betrekking als ingenieur in het Zuiden van Rusland, en zij woonden daar in een klein afgelegen dorp, zoodat zij heel blij was, toen hij besloot naar Holland terug te gaan.

In dat verre, eenzame dorp was Nanny geboren; daar had zij hare eerste levensjaren doorgebracht. Het was eene groote vreugde geweest, toen daar in het witte dorpshuis een kind geboren was, eene vreugde, waarin alle dorpelingen hadden gedeeld.

Hoewel eenigszins stug en weinig toeschietelijk, hielden ze toch veel van den vreemden ingenieur en zijne vrouw, die altijd zoo vriendelijk voor hen waren.

Toen Mevrouw Rogers eens, met het kind op den schoot, voor het huis zat, kwam een oude grijsaard voorbij, een man, in heel het dorp bekend als een kundig waarzegger, wiens profetieën, volgens de dorpelingen, altijd precies uitkwamen. Hij hield stil, maakte een praatje en bewonderde het kind.

Sluiten