Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat zegt ge er wel van?" had Mevrouw Rogers hem lachend gevraagd.

De man had het kind toen zéér lang aangekeken en geantwoord: „Als zij ouder wordt, zal zij een bijzonder menschenkind worden, mevrouw; ze heeft oogen, die veel zullen zien en doorgronden in het leven, waardoor dit niet gemakkelijker voor haar zal zijn, want zulke zeldzame oogen moeten veel weenen, veel lijden zien of sterven jong!"

Toen had hij de oude, gerimpelde handen als ten zegen uitgestrekt over het kind en was met vriendelijken, ernstigen groet verder gegaan. Zijn uitspraak maakte Mevrouw Rogers angstig, zij vond het een vreemd gezegde. Het was zoo'n geheel andere voorspelling dan de oude man gewoonlijk gaf. Meestal sprak hij over geluk, rampen, rijkdommen, of liefde; bij haar kind niets van dat al.

Toen zij het haren man vertelde, had hij hartelijk gelachen en uitgeroepen: „Wees toch niet zoo dom, om waarde te hechten aan de vertelsels van zoo'n half onwijzen man!"

En hoewel zij probeerde het te vergeten, moest zij toch onophoudelijk, wanneer zij haar kind in de mooie, diepe oogen zag, denken aan dien ouden man, en het deed haar moederhart soms zoo angstig kloppen.

Eenige dagen later was de man gestorven. Het geheele dorp was in rep en roer toen de dorpsprofeet begraven werd, en nog lange jaren daarna werd verteld, dat hij 's nachts uit het graf opstond en door het dorp wandelde om het leven der pasgeboren kinderen te voorspellen. Niemand had geweten wie hij eigenlijk geweest was; sommigen

Sluiten