Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets ouwelijks in het smal, bleek gezichtje. Zij was het middelpunt der familie, de kleine engel van het huis, die door moeder, vader en een ieder, die er in vertoefde, om het hardst werd verwend.

Toen Nanny nu aan het eten was, kwam het geheele verhaal van dezen eersten schoolmorgen los; ze vertelde van de juffrouw en de kinderen, van het spelen in den tuin en van de les, van de mooie muurprenten en de bloemen.

Indien Juffrouw Stolle haar zoo had zien zitten, had ze misschien toch wel gedacht dat zij niet zoo'n sukkeltje en wellicht een beter opmerkstertje was dan een dier andere klasgenooten.

Na de koffie kwam Anna Nanny halen, want het was weer tijd om naar school te gaan. Met tranen in de oogen kuste Nanny moeder goedendag, die haar nog even in het oor fluisterde:

„Zal je nu een flinke meid zijn en ook meepraten, als de anderen spreken? Je kunt het net zoo goed, hoor!" Nanny antwoordde niet meer, want Anna trok haar vlug met zich mee. Mevrouw Rogers liet haar uit en keek haar na, totdat het kleine figuurtje om den hoek der straat verdwenen was. Ze dacht aan den uitroep: „Mama, waarom zijn ze allemaal zoo heel anders dan ik?" ze dacht aan de voorspelling van den ouden Rus, en sloot de deur met een diepen zucht en een angstig, bangkloppend gevoel in het hart.

Sluiten