Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Der ist beglückt, dem ewig, unveraltet, Erinn'rung stets zur Hoffnung sich gestaltet.

ScHULZE.

Eenige minuten verwijderd van het huis der familie Rogers, stond dat van Mevrouw Knozee. Het was een ouderwetsch, somber uitziend huis, dat het wel noodig scheen te hebben door blij klinkenden kinderlach en vroolijk gehuppel te worden verhelderd. Want de kamers waren groot en donker, de gangen klonken zoo hol en ongezellig, de ouderwetsche, zware meubelen vertelden van vroegeren rijkdom. Mevrouw Knozee was een ziekelijke dame, die den meesten tijd liggende op eene rustbank doorbracht; haar man was reeds jaren dood.

Eigenlijk was het huis voor haar en hare twee kinderen véél te groot, doch het was haar zóó dierbaar, dat zij er onmogelijk toe had kunnen besluiten het te verlaten. Hare ouders hadden er in gewoond, zij was er in geboren, had er hare kinderjaren in doorgebracht en was er uit getrouwd. Toen later de ouders kort na elkaar stierven, had zij er met haren man zulke in-gelukkige jaren doorgebracht, dat het haar tot een onmisbaar pand geworden was, een oord vol herinneringen, een ware troost in haar smart.

Sluiten