Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steden gevestigd, eene zuster was getrouwd en woonde in Indië, terwijl de andere, hare lievelingszuster, reeds onder een met groen en bloemen bedekten heuvel op het kerkhof rustte.

Ja, al die vriendelijke figuren, die hare jeugd zoo schoon en rijk hadden gemaakt en zoo gelukkig in dat oude huis hadden geleefd, die de poëzie en de bloemen in haar leven hadden gebracht, zij waren reeds weggedragen uit het oude huis, om er niet weer in terug te keeren. En met den laatsten die ging, had het huis het meest getreurd; dat was de zwaarste slag geweest, die nog viel binnen de oude muren, want men had een jongen man weggedragen. De echtgenoot, op wiens krachtigen steun en hulp de jonge vrouw bouwde als op een rots, was plotseling door eene hevige ziekte besmet geworden en na weinige dagen ook bij de anderen onder den groenen heuvel gebracht. De smart der weduwe was groot geweest; maar bij haar zwak gestel bezat zij eene wondere sterkte aan geest en zelfbeheersching, die haar hielp om onder het drukkendst en zwaarste lijden nog met een glimlach in de toekomst te blikken, om in den donkersten nacht nog licht te zien schijnen. En zij geloofde aan dien glimlach en aan dat licht, want zij zag die in hare kinderen. Zij wijdde zich geheel aan hen; nooit kwamen Ella en Frits tevergeefs met een wensch of vraag bij haar, en niemand dan moeder wist zoo goed de deur te vinden en te openen, die toegang gaf tot de jonge, vroolijke hartjes.

Sluiten