Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar kinderstemmen juichen,

En kindervreugde woont,

Daar wordt der oud'ren zorgen Met hooger heil bekroond.

Toen Ella na den eersten schooldag thuiskwam, riep ze haastig de oude Kaatje goedendag, wierp haar hoedje met een: „Vang maar op, Kaat!" de gang in en liep vlug de trap op, naar boven.

Oude Kaatje bromde en pruttelde in zichzelve: „Is dat nou een manier van doen! Ze mochten het juffertje nu op school ook wel eens wat manieren leeren! Waarvoor dient anders ook zoo'n school!" Toen mevrouw klein was, diende Kaat ook al in huis; toen was ze nog „jonge Kaat," en zou zij zich zoo iets nooit hebben laten zeggen, hoor! Enfin, mevrouw zou zoo iets ook niet gedaan hebben, die was altijd zoo netjes! En toch was het juffertje nu een nog veel liever diertje dan mevrouw, toen ze zoo klein was; en het kind had zoo'n saai, stil leventje!

Enmet een plotseling gevoel van medelijden met „hetlieve diertje," eindigde Kaatje haar gepruttel, hing Ella's hoed aan den kapstok, en ging naar de keuken, om met eene waardigheid, die al de belangrijkheid van haar ambt als meid-huishoudster en oude getrouwe van het huis te kennen gaf, eenige raadgevingen aan het pasnieuwe werkmeisje te geven.

Sluiten