Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I remember, I remember The fir-trees dark and high; I used to think their slender tops Were close against the sky.

Hood.

Er brak nu een recht gelukkige tijd voor de kleine Nanny aan. Op den guren, natten herfst was een mooie winter gevolgd. Als dan de sneeuw de straten en daken der huizen bedekte, deed zij er natuurliefhebbers naar snakken eens even, al was het slechts voor een oogenblik, buiten, ver van het stadsgewoel te zijn en daar de oogen te laten genieten van het prachtig gezicht van sneeuwbedekte velden, heuvels en bosschen, wier berijpte boomen, verlicht door een fijnen zonnestraal, schitterden als bezaaid met duizenden van fonkelende sterren. Want wie zoo'n indrukwekkend schoon winterlandschap aanschouwd heeft, in den vroegen ochtendstond, voordat de zon kracht genoeg heeft om geheel door te breken, en alles in het rond zoo plechtig, zoo ernstig is, de heele natuur zoo huiveringwekkend stil, als onder den indruk van haar doodskleed, — die mensch voelt de verhevenheid, die in die stilte rust; voelt, dat wat hij aan oogenweelde ontvangt, doordringt tot diep in de herinneringsgroeve van zijn gemoed, waar alle goede, edele levensindrukken en ervaringen rusten en samenwerken tot één dankbaar, onuitwischbaar geheel.

Sluiten