Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Nanny zelf had zoo gesmeekt toch wèl te mogen gaan, dat zij eindelijk, na het kind in twee mantels en een dikken omslagdoek te hebben gewikkeld, hare toestemming gaf.

Doch toen de sneeuw dagen lang bleef liggen en telkens weer opnieuw verscheen en Nanny töch flink en vroolijk bleef, mochten de twee mantels en de omslagdoek langzamerhand in een manteltje veranderd worden en kon Nanny evenals de anderen van Jhet sneeuwvermaak genieten, vrij en luchtig. Het kind was nu zoo in-gelukkig, het kleine hart klopte zoo vreugdevol, zoo blij onder al het kindergenot, dat het meer en meer kennen leerde.

Op een morgen in de Kerstvacantie, toen de sneeuw weer in groote vlokken naar beneden viel, stond Nanny voor het raam der huiskamer, en hare groote, donkere oogen tuurden vol verrukking naar buiten, doch kregen plotseling eene ernstige, nadenkende uitdrukking.

Mevrouw Rogers zat aan de tafel te naaien en sloeg het kind van tijd tot tijd met moederbewondering gade.

„Lieveling," zei ze na een poosje, „je staat daar al zoo lang te kijken, kom nu eens bij me zitten en ga die plaatjes eens in je album plakken!"

Plotseling uit haar droom opgewekt, draaide Nanny zich om en vroeg peinzend: „Moesje, waar komen al die vlokken vandaan? Komen ze allemaal uit den hemel? We hebben laatst op school een verhaaltje gelezen, waarin stond dat de hemel vol engelen was, die hielden de sneeuw in hunne hand en strooiden ze naar beneden! Is ■dat waar, Mama?"

Nanny. 3

Sluiten