Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dito mutsen op en met vroolijke, van genot stralende gezichten.

„Dag, mevrouw; dag, Nan!" klonk het vroolijk; „ga je mee sneeuwballen gooien, Nan; het is zoo heerlijk buiten!"

„Mag ik, maatje?" vroeg Nanny.

„Zeker kind; ga je maar gauw aankleeden, hoor!"

In een wip was Nanny de deur uit. Ella en Frits bekeken het plakboek. „Dat is mooi!" riep Frits, op een plaatje wijzend, waarop een jachtwagen, bespannen met prachtige, vurige paarden stond, bont aangekleede heeren en dames, en wild door elkaar stuivende honden. Het geheel gaf den indruk van iets levendigs, rumoerigs, druks.

„Houd-je van die soort prentjes?" vroeg mevrouw; „Nanny juist heelemaal niet. Anna plakte dit er voor haar in; doch toen zij het zag, was ze boos op Anna en wou het er uitscheuren. Toevallig schijnt het er nog te zijn ingebleven; zij heeft er zeker niet meer aan gedacht. De andere stellen vogels, bloemen of kindertjes voor: daar houdt zij meer van!"

„Ja, ik vind dit prachtig," zei Frits, terwijl hij er zijne fonkelende oogen bijna op drukte, om het nog beter te zien; „wat moet het heerlijk zijn, om boven op zoo'n wagen te zitten en zelf met vier paarden te rijden; wat zal je dan alles om je heen goed kunnen bekijken! Als ik oud ben en veel geld heb, koop ik er ook zoo een; dan ga ik ook op de jacht, en ik zal véél, heel veel schieten, vooral hazen; die vind ik het lekkerste!" En hij richtte zich hoog op, als voelde hij zich reeds als „heer" boven

Sluiten