Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ k Bid U: wil mij nu beschermen,

Bij het nad'ren van den nacht;

'k Leg gerust mijn hoofdje neder,

'k Slaap in Uwe hoede zacht

voegde zij er met een angstig, fluisterend stemmetje aan

toe: „En, lieve Heer! geef dat ik ook eens even, al is het

maar heel eventjes, Uwen hemel en de engeltjes zal mogen

zien; dat zou ik toch zoo heel graag!"

Dien nacht had het kind een wonderlijken droom. Zij droomde dat zij waarlijk op een ladder stond, en steeds hooger klom; aan het eind stonden twee engelen, niet zooals ze in het verhaaltje beschreven waren, maar véél, véél mooier. Zij hadden groote, doorschijnend witte vleugelen; in de eene hand hielden zij reine bloemen, terwijl zij haar de andere tot hulp toestaken. En uit de verte klonk harp- en orgelmuziek, die Nanny zoo graag hoorde en het zachte ruischen van een lied, dat klonk als een stille, murmelende beek , zoo fijn en zacht. Vol verrukking stond Nanny stil om te luisteren, de engelen staken haar de hand toe, doch zij greep mis en viel. . . .

Met een luiden gil werd het kind wakker en keek verbaasd in het rond. Er was dus niets waar geweest van al dat heerlijk-mooie; zij lag als altijd in haar bedje en had slechts gedroomd! Gedroomd, dat zij de engeltjes zag, dat zij die wonderheerlijke muziek hoorde, en toen misstapte en viel.

Maar ze wist nu toch, hoe engelen er uitzagen. Wat was het toch mooi geweest!

Den geheelen volgenden dag, op school, onder het

Sluiten