Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r-r weraen verschillende kinderpartijtjes gegeven, waar het tweetal altijd tegenwoordig was.

Ella vermaakte zich op zulke feestjes uitstekend, het kind had overal pleizier. Nanny daarentegen vond het niet altijd prettig; bij vreemde, onbekende menschen kwam hare aangeborene verlegenheid weer in sterke mate boven; ze bewoog zich niet vlug, niet vroolijk onder de anderen; men kon zien, dat zij zich niet „thuis** gevoelde en meestal blij was, wanneer het feest ten einde liep en ze weer onder Anna's veilige hoede naar huis kon gaan.

Thuisgekomen ging zij dan dadelijk naar de huiskamer..

„Heb-je een prettig middagje gehad?" vroeg Mevrouw Rogers.

Het kind antwoordde: „ja, heel prettig," dan vlijde zij

zich meestal op echt aanhankelijke, klein-kinder manier op moeders schoot, sloeg de armen om haren hals en fluisterde haar zacht in het oor: „Ik ben toch zóó blij, dat ik nou weer bij u ben!"

Mevrouw noemde haar dan schertsend „mijn troetelpopje!" Mijnheer Rogers noemde haar „een verwend, klein meisje," maar ging 's avonds, na het eten, nooit naar zijne studeerkamer terug, eer „het verwende, kleine meisje" op zijn knie geklommen was, en de kleine handjes vroolijk trokken aan zijn langen baard.

Nauwelijks zat Nanny daar, of het klonk: „Toe, Pa, vertel een verhaaltje!"

„Ik heb op 't oogenblik weinig tijd, kind; morgen!'*

Sluiten