Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na nog een paar boodschappen te hebben gedaan, ging Nicht Bertha een banketbakkerswinkel binnen, zette zich met de kinderen aan een tafeltje in het salon en liet een schotel taartjes brengen.

Het kwam niet dikwijls voor, dat Ella en Nanny ergens taartjes gingen eten, en met glinsterende oogen beet elk in een lekkeren, vetten roomhoorn. De winkel stond in een drukke, rumoerige straat; het vermaakte de kinderen vooral om onder 't eten naar buiten te kijken, en Ella juichte toen ze Juffrouw Stolle en een paar klasgenootjes voorbij zag gaan, die haar, door de dichte gordijntjes van het salonnetje heen, niet zien konden. Nu zou ze dien kinderen morgen op school zeggen dat ze haar gezien had en ze laten raden waar. Ze zouden het natuurlijk onmogelijk raden. Daar zou ze pret over hebben!

Het begon donker te worden; lantaarns werden aangestoken. Vlak onder het winkelraam stond een armoedig kleutertje, een klein meisje met bleeke, ingevallen wangetjes, blootshoofds, het haar slordig verward en niet veel kleertjes aan het lijf, met gretige, begeerige oogen te turen naar al dat lekkers in de winkelkast.

En telkenmale, wanneer rijkgekleede dames en nuffige jonge meisjes uit den winkel kwamen, hief het een mager handje smeekend op en vroeg op onverstaanbare wijze om het een of ander. Maar de dames letten er niet op, — er is zóóveel van dat bedelvolk! — zij sloegen hare zware bonten, voor den snerpenden wind, wat steviger om den hals en gingen haastig door. En moedeloos zakte het handje

Sluiten