Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Mevrouw Rogers merkte, hoe Nanny zich het afscheid aantrok, maakte zij — die slechts aan het pleizier van haar kindje dacht — een aardig plan, n.1. Mevrouw Knozee te vragen om met Ella en Frits de vacantie in Doorle te komen doorbrengen. Haar man vond het ook een goed idee: er was plaats genoeg in het groote landhuis; een beetje meer leven, drukte en beweging zou er héél welkom zijn. Toen zij het Nanny vertelde, was het kind haar vol blijdschap om den hals gevallen, en had juichend uitgeroepen: „O moesje, wat zou dat heerlijk zijn; dol, dol!"

Mevrouw Knozee had eerst eenige bezwaren. Voor een weekje zou zij het graag doen, maar de heele vacantie, dat was waarlijk te lang; zij kon zoo weinig meedoen; zij zou den anderen maar tot last zijn; men zou zoo bitter weinig aan haar gezelschap hebben!

Mevrouw Rogers wilde echter van geen tegenwerpingen weten; wanneer ze een plan gemaakt had, dan wilde zij dat ook uitgevoerd hebben, en daar zij de loffelijke kunst verstond van iemand geheel te kunnen bepraten, had zij er Mevrouw Knozee al spoedig toe overgehaald om de maanden Juli en Augustus op Huize „Rust in Doorle te komen doorbrengen. Ella en Frits vonden het een heerlijk plan. Zij waren nog niet veel uit de stad geweest. Wel toen ze heel klein waren, toen vader nog leefde; toen waren ze eens een zomer aan de zee geweest. Ella herinnerde zich daar niets meer van; Frits waren nog eenige vage indrukken van dien tijd bijgebleven, o. a. dat hij

Sluiten