Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvoudig geleeld. Ze waren bemind geweest, die vriendelijke oude mevrouw en die stugge, maar goedhartige oude heer, want ze hadden veel goed gedaan en veel hulp verleend in Doorle. In dien tijd waren het tonen van vriendelijke, vredig-stemmende muziek geweest, die zacht neergleden van den heuvel in het dorp.

Toen nam de dood, even rustig en stil als de oudjes geleefd hadden, beiden kort na elkander weg, en de muziek zweeg.

Daar het paar geen kinderen had, verviel het huis met grond, bosch en alles, wat er bij behoorde, aan een neef van den ouden heer, die er als jongen veel gelogeerd had. Deze »vas uit Rusland, waar hij woonachtig was, overgekomen, had het huis, dat met zijne bewoners oud en vervallen geworden was, op laten knappen en had er met vrouw en dochtertje den zomer doorgebracht. Het waren aardige menschen, die veel voor de Dooriers over hadden, dat vond een ieder, en hoewel ze Protestant waren, deden ze evenveel voor de Roomsche als voor hun eigen Kerk. Ja, zelfs Marianne, het dochtertje van den streng-roomschen schoolmeester Kersenmakers, in Doorle de eenige vriend van Mijnheer pastoor, diende, met toestemming van den laatste, als werkmeisje op het huis, en had het er o, zoo best. Maar dat de familie in het najaar weer naar stad trok en zich den geheelen winter niet meer vertoonde, dat vergaven de Dooriers haar niet. 's Winters was het toch óok mooi buiten en de denneboomen bleven immers altijd groen!

Doch nu was het Mei, en in Mei zouden ze terugkomen!

Sluiten