Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenige weken geleden was Mieke, de huisbewaarster, met een brief in de hand opgetogen bij den meester komen inloopen. Het was de verwachte brief met de blijde boodschap dat het huis in orde moest worden gemaakt, want den 5en Mei zouden ze komen.Toenhad Mieke het erg drukgekregen: alles moest nog eens een goede beurt hebben. Mananne, die 's winters moeder in 't huishouden geholpen had, moest dadelijk weer in dienst treden, want wanneer de familie kwam, zou Mieke zelf weer als keukenmeid fungeeren. Manus, de tuinknecht, was ijverig aan het opknappen van den tuin begonnen, Juffrouw Makkeboom, die een winkeltje van kruidenierswaren en huishoudartikelen hield, deed nieuwen voorraad op, want voor haar zaakje zou er nu een betere tijd aanbreken; kortom, bij het ontvangen van dien brief was er herleving in het doodsche dorpje

eekomen. .

En nu was het dan werkelijk de 5e Mei en Doone

prijkte in feestdos. Vroolijk wapperde de vlag van den

kerktoren en van het schoolmeestershuis; bij de oprijlaan

was een eerepoort van groen en bloemen gemaakt, en

een vriendelijke Meizon wierp hare gouden stralen over

het feestelijk dorpke heen.

Om drie uur zou de trein, waarmeê de familie kwam,

aankomen, en om half drie reeds stond Manus, die tevens

koetsier was, in ongeduldig wachten met het tentwagentje,

waarvoor de vos gespannen was, bij het station. Hij maa -te

een praatje met den chef, klopte vosje eens op den rug,

verfrommelde zenuwachtig zijn nieuwe zondagsche pet

Sluiten