Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun tegemoet. Haastig trad de meester naar voren en stak op galoppeerenden toon zijn speech af. Hij heette mijnheer en mevrouw uit aller naam weer welkom in Doorle en wenschte de familie een gezegenden zomer toe. Daarna zeiden de dochtertjes van den bakker en den herbergier versjes op en gaven mevrouw een ruiker vol bonte bloemen.

Hartelijk dankten Mijnheer en Mevrouw Rogers en begroetten toen alle anderen; hielden met ieder der aanwezigen een praatje, gingen van den een naar den ander, en informeerden naar alles wat er dien winter in het dorp was voorgevallen.

En toen zij eindelijk in het tentwagentje stapten en Manus goedendag zeiden, was deze plotseling alles, wat hij had willen zeggen, vergeten en stamelde slechts eenige onverstaanbare woorden. En, zijn intusschen geheel verfrommelde pet weer op 't hoofd drukkend, klom hij vlug op den bok en reed, dankbaar dat het akelige oogenblik achter den rug was, het dorp in.

Rijden ging hem toch beter af dan spreken!

Vroolijk zat de familie Rogers in het wagentje; kleine Nanny hing, vastgehouden door Anna, met het bovenlichaampje uit het portier en wuifde en wierp kushandjes naar alle kanten; begeerig namen haar oogen alles en alles, wat aan hen voorbijgleed, in zich op. Ze reden langs den zonnigen dorpsweg, waar overal groepjes groote en kleine menschen stonden, netjes uitgedost; langs de aardige kleine huisjes, en dan de oprijlaan van Huize „Rust in,

Sluiten