Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat in de kinderjaren

Het harte boeit en tooit,

Blijft immer in 't geheugen En men vergeet het nooit.

V. Loveling.

Het was Augustusmaand; blijde tijd, door zoo velen vol verwachting tegemoet gezien; vacantietijd, maand van ontspanning, rust, afleiding, van op-reis-gaan voor oud en voor jong!

Het dorpje Doorle praalde in volle, rijpe zomerpracht. Het was een nog weinig bekend, doch wondermooi hoekje natuur, een kleine, schitterende diamant, maar nog niet geslepen door de stedelingen.

Vreemdelingen kwamen er heel zelden; het bezat ook geen hotel om bezoekers te bergen, alleen een herberg, waarvan twee bovenkamertjes wel eens als logeerkamers voor verdwaalde of rondtrekkende reizigers gebruikt werden.

En het stond daar, gelijk een onaanzienlijk, bescheiden koninkje, nederig en teruggetrokken, en toch zoo trotsch en hoog verheven in zijn verborgen rijkje van eenzame, schoon-bloeiende heide en fier-hooge, zacht-ruischende dennen! Over het algemeen was het een mooie zomer; de zon scheen veel, alles bloeide en groeide naar wensch en de bruine, strakke gezichten der Dooriers zagen niet

Sluiten