Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrouw Panne was een oud vrouwtje, dat eenzaam woonde in een hut op de hei.

Een tooverheksje van de hei!

Eigenlijk heette zij Anna van der Niet, maar omdat zij bij de kinderen beroemd was wegens haar lekkere pannekoeken, noemden deze haar eenvoudig „Vrouw Panne," en die naam was gebruikelijk geworden in het dorpje. Anna van der Niet kenden velen niet, Vrouw Panne echter kende iedereen.

Zij was een grappig, klein, oud vrouwtje, dat heel lang al woonde in die hut, en haar eenig gezelschap was een zwarte poedelhond, Polio genaamd, die haar beste vriend scheen te zijn. In Doorle of in Holden zag men haar weinig, zij kwam niet veel onder de menschen en de menschen kwamen niet veel bij haar. Alleen kinderen bezochten haar, en die hielden allen veel van Vrouw Panne, want zij kon mooie verhaaltjes vertellen en zulke lekkere pannekoeken bakken.

Wie zij was, vanwaar zij kwam, wat zij den geheelen dag deed, en hoe zij het uithield, zoo heel alleen winter en zomer op die uitgestrekte, eenzame heide, dat wist niemand. En toch scheen zij tevreden, tevreden, dat men haar rustig daar wonen liet met haar Polio en haar kippen.

De nieuwsgierige Dooriers hadden dikwijls geprobeerd uit te visschen wie zij was, maar zij kwamen het nooit te weten, het vrouwtje zweeg altijd daarover.

Ook de dominee had haar eens bezocht en naar hare herkomst gevraagd, maar zij had op al zijne vragen

Sluiten