Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minder voordeelig en met de jongste sukkelde Vrouw Wes ook steeds. Het kind groeide niet. Nog steeds was het niet gedoopt, want Vrouw Wes was Protestant en de Protestantsche kerk was zoo ver weg en daarbij zóó tochtig, dat zij het nog niet had aangedurfd haar zwak kindje daarheen te brengen.

Anna moest menig angstig verhaal aanhooren, want de Roomschen uit de buurt hadden gezegd dat het heidensch en onverantwoordelijk was, dat het kind nog niet gedoopt was en hadden Vrouw Wes erg bang gemaakt. „Verbeeld je," hadden ze gezegd, „dat het kind nu eens sterft, dan zou het warempel voor den duivel zijn!"

Als de arme vrouw dat aan Anna oververtelde, dan sprongen de tranen haar in de oogen en ze drukte het zielig stumpertje vast tegen zich aan, terwijl ze klagend, half-schreiend uitriep: „Neen, het zal niet sterven, — de duivel zal 't niet hebben, — ik zal 't wel behouden, — 't zal wel groeien; en waarom zou het niet? Wes en ik zijn toch ook beiden gezond. Neen, de duivel kan het niet krijgen, en, wat nood, ook Dineke werd na vijf maanden pas gedoopt, — het kind vat maar kou in zoo'n kerk."

En Anna gaf haar gelijk. Ze moest maar wachten totdat het kind heelemaal flink was, hoor! De kerk liep niet weg, en het was een heele wandeling en op dien open weg woei het bovendien altijd. En Vrouw Wes voelde zich getroost en opgebeurd door zoo'n praatje met die goede Anna.

Sluiten