Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch scheen geen begrip te hebben van hetgeen ze deed of wilde. Onnoozel tuurden de flets-blauwe oogjes in 'trond; onnoozel, doch onuitsprekelijk goedig zagen ze Nanny aan, en lachten, wanneer deze het kind een stuk chocolade of lekkere vrucht voorhield of een hoogen toren van blokken voor haar bouwde.

Nanny, zelve klein, teer en verlegen, en daardoor dikwijls verdrongen door sterkere en grootere kinderen op school, scheen het liefst om te gaan met, en het meest te houden van het zwakke en teere, ja, van al wat fijn en zacht was gelijk zij zelf. Het zwakke toch voelt zich altijd aangetrokken tot het zwakke, tot al datgene, dat aansukkelt achter de heerschende, regeerende wereldmacht der sterken, of, bang om niet met deze mee te kunnen, stil op den achtergrond blijft.

Maar de zwakken, saamverbonden, vormen ook een geheel, eene macht die, hoewel minder krachtvol van inhoud doch rijker aan gevoel dan de invloedrijke, sterke macht, toch met deze meeijvert en meestrijdt het leven door.

Sluiten