Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrouw Wes, blinde Neeltje en eenige buurvrouwen; zij fluisterden zacht onder elkaar. Het was alles zoo gauw, zoo plotseling gebeurd; het kindje had het juist den laatsten tijd zoo goed gemaakt, en nu opeens, zoo wreed! ... De moeder snikte.

Daar klapte de huisdeur; met een flinken ruk werd de kamerdeur geopend en op den drempel stonden Nanny en Frits. Hand in hand, met gezichtjes warm en rood van het harde loopen en schitterende oogen stonden ze daar en zagen verlegen rond in die donkere rouwkamer, wier sombere gedruktheid verbijsterend werkte op de twee kinderen, komend van de zonnige heide, stralend van leven en licht.

Verbaasd zagen de vrouwen op; Vrouw Wes trad op het tweetal toe en wilde het binnenhalen, maar de kinderen bleven vast aan den drempel staan.

Haastig stopte Frits de bouquet in de hand der arme moeder, terwijl hij met zijn flinke jongensstem, die in de stilte hard klonk, zei: „Voor Anneke!" en Nanny heel zacht fluisterde: „Ik weet zeker, dat zij toch wel een engeltje zal worden, Vrouw Wes!"

Een algemeen „ach, hoe lief!" ging op onder de aanwezigen, en schreiend drukte Vrouw Wes Nanny's handje.

,,'t Is werkelijk te veel, lieve jongejuffrouw! Mevrouw heeft ook al zulke mooie, witte rozen laten brengen, en dat u en de jongeheer nu zelf komen, 't is te ...."

Zij had geen tijd om uit te spreken, want, na haastig

Sluiten