Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De jeugd is schoon, die, wars van zorgen, Des levens blijheid gadeslaat;

Die 't Heden smaakt, en, rijk aan Hope, Den dag van morgen zorgen laat.

Vlug en snel gaan de jaren voorbij.

Spoedig zijn kinderen tot jonge menschen, volwassenen het middelpunt van het leven genaderd, terwijl de eens zoo krachtigen en machtigen tot ouden en afgeleefden, wier tijd bijna voorbij is, geworden zijn.

En telkenmale, bij het einde van ieder jaar, van iederen dag, bij elke belangrijke gebeurtenis in ons leven, houden wij eene kleine kraal in de hand, die wij rijgen aan den ketting der herinnering, die gaandeweg langer wordt: een lange, mooie rij van lichte, blinkende kralen. Want hetgeen wij eens hadden, wat eens is geweest, vinden wij altijd mooi; wij zijn vergeten dat er ook verdriet of zorg of ergernis was in die dagen en jaren die voorbij zijn en die nu prijken als fonkelende, kleine diamantkralen aan den ketting der herinnering, ons toeblinkend en roepend: „Zie, hoe mooi, hoe heerlijk waren wij!" Want de enkele doffe, donkere plekjes, die nog schuilen hier en daar, worden overschitterd, overglansd door al dat mooie!

En wanneer de zorgenvolle dag van heden tot

Sluiten