Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herinnering geworden en bij het snoer zal aangeregen zijn, dan zullen wij ook hem niet dof meer vinden en meer en meer zeggen gaan: „Dat was toch óók een mooie dag!

Zoo spreekt dan, kleine fonkelkralen, schoone herinneringen van het voorbijgegane, spreekt, en stemt dankbaar ons gemoed; spreekt vooral tot grijzende ouden, tot de stil-lijdenden, tot dezulken, die veel moesten ontberen en eenzaam zwerven, tot allen, die een moeilijken, zwaren tocht hadden door het leven, opdat zij aan het einde zullen kunnen zeggen: „Ons herinneringsnoer is lang en schitterend geworden, er zijn vele kralen aangeregen, die als zilver blinken, er is weinig dofheid; ons leven was toch een mooi leven, een zilverleven, vol zacht-schoonen glans! ....

Acht jaren waren voorbijgegaan.

Nanny was nu vijftien jaar oud. Zij was erg lang en smal voor haar leeftijd, en, evenals acht jaar geleden, had zij ook nu nog een mager, bleek gezichtje, waaruit haar groote, donkere oogen warm straalden in 't rond. Een vriendelijk, zacht meisje was zij; een ieder hield van haar.

De familie Rogers was in die jaren zóó thuis geworden op Huize „Rust" en had Doorle zóó lief gekregen, dat zij er iederen herfst noode van scheidde en alleen voor Nanny's school terugkeerde naar de stad.

Over twee jaar zou Nanny klaar zijn, en zij waren van plan om dan het huis in Rikmond vaarwel te zeggen en zich voor goed te vestigen op Huize „Rust." Nanny toch bleef steeds teer en zwak, maar na zoo'n zomer in Doorle zag

Sluiten