Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan speelde hij meestal goed, dan scheen hij het prettig te vinden.

Ella nam pianoles, maar de juffrouw klaagde erg over haar slechte studeeren. Dikwijls kwam het voor, dat Ella, tusschen twee lessen in, geen vinger op de piano had gehad. Bij het begin van de les - iederen Woensdagmiddag van 2 tot 3 - speelde zij meestal goed; krachtig sloeg zij met haar stevige, bonkige vingers de eerste akkoorden aan, dan ging het steeds vlugger en vlugger, eindigend in galop. Wanhopig zat de juffrouw naast haar, sloeg de maat, telde hardop, riep er tusschen door: „Langzamer! langzamer! — je kunt het zoo toch niet volhouden, kindje!" - het hielp allemaal niets. Maar dan naderde het moeilijk eindje: de vijf maten waarboven de juffrouw in de vorige les een kruis en „tien maal overdoen" had gezet, en opeens stokte dan Ella in haar

wilde vaart, ze kon niet verder.

„Je speelt ook veel te gauw; dat is rammelen, maar geen spelen," bromde de juffrouw, „doe het nu nog eens

heel langzaam over."

Ella deed het, maar dan ging het heelemaal niet meer;

zij haperde al bij de eerste maten. De juffrouw gaf het op, liet het haar voor de volgende les nog eens overstudeeren en zette haar een ander stuk voor, dat dan ook weer even vlug en meestal met hetzelfde resultaat als het vorige

afgerammeld werd.

„Totaal geen maatgevoel; je bederft alle mooie gedeelten!" zuchtte de juffrouw. Tot slot werd een quatre-mains

Sluiten