Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tikte aan haar keukenraam en een blik wierp naar binnen. Dat alles was heel lang geleden nu; die brievenbesteller was zeker lang reeds grootvader of misschien wel dood, en Kaatje was trouw gebleven aan haar eerste en haar grootste liefde: het familiehuis Knozee.

Warm en opgewonden kwamen de kinderen uit de zaal

Het kostte Kaatje, beladen met mantels, capes en omslagdoeken, veel tijd en moeite, eer Ella en Nanny volgens haar meening stevig en zorgvuldig tegen de kou waren ingepakt.

Onder het naar huis rijden sprak geen van drieën veel; zij waren moe en slaperig en daarbij toch spijtig dat die heerlijke, zoo lang met vreugd verbeide avond nu voorbij was. Ella, warm en droomerig, leunde makkelijk tegen Kaatje aan; haar mooi boerinnepakje was erg verfrommeld, hier en daar gescheurd en vol vlekken van een roomtaartje, dat er overheen had gedanst. Haar blonde krullen waren niet meer zoo gelijk, drie aan iederen kant van het hoofd, maar hingen verward en los door elkaar aan alle kanten uit de kap. Frits, naast Nanny, keek uit het portierraampje, en, wanneer een der straatlantaarns het rijtuig even verlichtte, naar zijn witte glacé handschoenen, die nu zwart waren, en gaapte dan zóó luid, dat de goede Kaat er van opschrok. Alleen Nanny scheen niet moe en zag met stralend-groote oogen naar de verschillende bouquetjes, naar de papieren muts en het waaiertje op haar schoot, allemaal van het cotillon, allemaal gekregen van Frits.

Sluiten