Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie als een kind zijn dag geniet,

Zal nooit zijn dag beklagen,

En schept, wat kome, in 't nieuw verschiet Weer altijd nieuw behagen!

De Génestet.

Wederom was het Lentekind zegenend neergedaald op de aarde.

Ook in Doorle had het den winter verjaagd, en er alles weer mooi gemaakt, bezield met jong en frisch leven.

Einde Mei was de familie Rogers weer uit de stad teruggekeerd op Huize „Rust" en, gelijk ieder jaar, hartelijk ontvangen door de Dooriers.

Er was in die acht jaren niet veel veranderd in het dorpje. Er waren een paar kleine huisjes langs het kanaal bijgebouwd, er was een nieuwe stationschef gekomen en een nieuwe herbergier. Ook hadden er zich een schoenmakertje en een nieuwe broodbakker, die fijne koekjes en tulband maken kon, gevestigd.

Pastoor Leeflang woonde nog steeds stil en afgezonderd in zijn rustige pastorie; Meester Kersemaker was nog trouw en geduldig bezig de kinderen te onderwijzen; zijn dochter Marianne diende als tweede meisje op het Huis, waar Mieke nog 's winters huisbewaarster en 's zomers gebiedster in de keuken was.

Sluiten