Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had zoo'n meelijden met het verschrompelde, oude menschje, dat daar steeds maar, van jaar op jaar, bleef voortleven in die eenzame heide-hut. En ieder najaar dacht zij haar voor het laatst te hebben gezien en toch vond zij haar elke lente weer terug, hoewel steeds kleiner, gekromder en met doffer oog. Nanny ging nog altijd graag naar Vrouw Panne, maar Ella en Frits vonden het er vrij vervelend en gingen liever ergens anders heen. Dikwijls reden zij den weg langs het kanaal naar Holden, legden daar even in de pastorie aan en zochten dan, achter Holden om, nieuwe wegen over de hei terug. Frits vond het zoo prettig, om telkens weer eens een anderen weg te nemen en iets nieuws te zien.

Soms bracht zoo'n weg hen in verkeerde richting en dikwijls reden ze langen tijd rond eer ze den weg naar huis terugvonden.

En Vrouw Panne, voor haar hut gezeten, zag in de verte een zwarte stip over de hei gaan; soms onderscheidden haar oude oogen vaag de hittenkar, en dan hief ze den gerimpelden arm omhoog en probeerde te wenken met haar stramme hand.

Maar van af de hittenkar kon men haar niet zien, men dacht niet meer aan haar; kleiner en kleiner werd de donkere stip en weldra was zij weer verdwenen voor haar oog.

Zij kwamen dus niet tot haar! Hare vreugde-uren werden schaarscher steeds.

Sluiten