Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar 't sterft niet licht, wat eens in 't harte leefde;

En slaapt de smart soms in — zoo wordt ze toch Licht wakker, en zij fluistert met haar bleeke Geestenlippen: „Ik ben er nog!"

A. Meissner.

De vacantie was bijna ten einde. Mevrouw Knozee, Ella en Frits waren half Augustus van Doorle vertrokken om nog een poosje aan zee door te brengen, vóór dat Ella's school begon. Het was de eerste dagen na hun vertrek stil op Huize „Rust," maar Nanny en haar ouders wenden spoedig daaraan, want, hoe prettig de logés ook waren, het was toch altijd gezellig om weer met z'n

drietjes alleen te zijn.

Nanny legde zich vol ijver toe op haar schoolwerk

en haar muziek; Mevrouw Rogers hervatte haar dorps- en

ziekenbezoeken; haar man had het druk met ontginningen

in den omtrek.

Nanny " zeide Mevrouw op een der laatste Augustus-

dagen, „vandaag moeten wij eens naar Vrouw Panne.

Volgens Manus gaat zij bij den dag achteruit. H.J reed er

gisteren langs, en zegt dat zij niet goed was en Polio zoo

suf en zoo zwak in de pooten, dat hij niet meer voort kon,

ia zelfs niet meer blaft wanneer iemand voorbij gaat. We

zullen dus vanmiddag maar gaan, ik heb den tentwagen

Sluiten