Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mevrouw en INanny in naar binnen leiden en neerzetten in haar leuningstoel.

„Proef nu eens wat van den wijn, dien wij voor je meebrachten; dat zal je goed doen!" zei mevrouw.

Maar zij wilde niet en zuchtte slechts: „Ja, trouwer dan de menschen is hij mij geweest!"

Stil zaten mevrouw en Nanny naast haar en wisten niet wat te zeggen.

Maar toen op eenmaal richtte het vrouwtje zich hoog op in haar stoel, en het was of zij plotseling langer, forscher werd, of de oude oogen hun dofheid verloren. Met een heldere stem, die men niet meer van haar verwachten zou, sprak ze: „Vergeef me maar, dat ik zoo doe, ik ben blij dat u gekomen bent, mevrouw; want u bent goede menschen, en ik zal u vertellen wie ik ben en wie hij is en wie zij is!" Daarbij wees zij naar de twee verweerde portretten aan den wand.

Mevrouw en Nanny schoven als vanzelf wat dichter bij, terwijl het vrouwtje, na een paar keer te hebben geslikt, vervolgde: „Ja, ik heb het eens goed gehad in de wereld; net zoo goed als jij het nu hebt, Nanny! De menschen die, toen ik klein was, zich schaarden om mijn wieg en mij bewonderden, zullen zeker nooit gedacht hebben dat ik eenmaal eindigen ^ou in een heihutje. Want ik was een begaafd, jong kind, een eenigst kind, had een uitstekende opvoeding en kreeg alles wat ik maar wenschen kon. Ik zal het kort maken, anders zou het te lang zijn en te treurig voor die jonge Nanny!" brak ze even af.

Sluiten