Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen het gebeurde, was zij nog heel klem, maar later had ze dikwijls hooren spreken over die schandelijke daad van Woetbel, die zoovelen ongelukkig en straatarm gemaakt had.

„Mevrouw Woetbel!" riep ze in verbazing. Maar het vrouwtje hief met smartelijk gebaar den arm op, als wilde zij afweren dien naam, als kon zij hem niet meer hooren uit den mond van een ander. En snel vervolgde ze: „Ik mocht hem niet meer zien; voor tien jaar werd hij opgesloten, mijn man. Ik heb het ware, het waarom, nooit begrepen, nooit willen begrijpen!

Met mijne zes-jarige Francine stond ik verstooten en zonder iets bij den weg. Maar er kwamen toch nog een paar vrienden, die mij helpen wilden. Ik wou geen hulp hebben, vroeg alleen om het behoud van een paar meubelen, afkomstig uit mijn ouderlijk huis en waaraan ik erg gehecht was. Die kast en dat bed, die tafel en deze leuningstoel zijn het, die ik behield; ze zwierven overal met mij mee, en ik ben dankbaar dat ik mijn laatste levensjaren ook

tusschen hen slijten mag.

In een goedkoop provinciestadje betrok ik met Francine

twee kamertjes. Ik naaide hard voor particulieren, vertaalde voor couranten en pakte van alles aan; maar veel verdienen deed ik niet. Mijn arme Francine!

Bij hare geboorte bracht zij zorgen mee, en in zorgen, niet anders dan in zorgen, altijd maar in zorgen heeft zij hare moeder gekend. Ik heb mijn kind weinig zon, weinig

Sluiten