Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreugde kunnen geven. Zij vroeg voortdurend naar papa. Waar papa toch was? Zij verlangde zoo naar papa. En dan vertelde ik haar dat hij op reis was, dat hij ver weg was. En zij vroeg, wanneer hij dan zou terugkomen, hij was al zoo lang weg. Of hij dan niet vóór haar verjaardag komen zou? En soms wist ik niet wat te antwoorden. Eéns zou ik het mijn kind toch moeten vertellen. Eéns zou zij moeten hooren dat zij de dochter van dien Woetbel was. En wanneer haar moeder het niet vertelde, dan zou de wereld het haar zeggen. Zij was zoo lief, mijn Francine! O Nanny, toen jij klein was, deed-je mij zoo aan haar denken! En wanneer ik je nu aanzie, dan stel ik mij voor hoe zij zou zijn geweest als zij grooter geworden was. Ook zoo donker en zoo teer was ze. En daarom houd ik zooveel van kleine kinderen, en vind het zoo heerlijk wanneer ze bij mij komen, want dan denk ik aan Francine en ik zie haar weer voor mij; dat maakt me zoo gelukkig.

Helaas, ik mocht haar niet behouden! Het was niet noodig dat ik mijn plannen maakte om haar, zoo zacht mogelijk, vóór dat kinderen op school het vóór mij doen zouden, te vertellen wie en waar haar vader was; want op haar achtste jaar kreeg zij roodvonk en stierf.

Haar laatste vraag was naar papa. IJlend, in hevige koortsen, riep zij om hem. Altijd scheen zij in gedachten met hem bezig te zijn geweest. Hoewel mijn kind mij nu ook ontnomen was, zoo werkte ik toch voort; voor later was het, dat ik wat spaarde, voor de toekomst!

Na tien jaar kwam hij terug! Hij was vrij en wij vonden

Sluiten