Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander weer. Verouderd, vergrijsd en vermagerd was hij; de eens zoo lange, krachtige gestalte was in elkaar gezakt en kon niet recht-op meer gaan.

Zijn eerste vraag was naar Francine! En Francine was niet meer. Zelfs zijn kind kon ik hem niet weergeven. Beiden hadden wij veel verdriet gehad; veel, veel was er gebeurd, veel vreeselijks en ontzettends; maar wij lieten dat rusten, lieten voorbij zijn datgene waaraan niets meer veranderd worden kon; en samen gingen wij weerverder door 't leven, gelijk wij het eens hadden beloofd. Want wij dachten aan onze belofte bij het altaar; de bloemen waren verwelkt en verdord, maar onze kaarsen brandden nog, en in 't midden stond het kruis, kaal en naakt, nu alle bloemen er met zoo ruwe hand waren afgetrokken.

Wij trokken naar een klein plaatsje in Duitschland, waar hij probeerde schilderlessen te geven. Vroeger was schilderen zijn liefhebberij geweest. Veel verdiende hij niet, maar ik had wat overgespaard en maakte handwerken of kleedingstukken voor een vereeniging, die vrij goed betaalde, en'zoo konden we samen zuinig leven, gelijk het paste aan twee menschen, door de wereld veracht.

Na een paar jaar werd hij ziek; hij kon niet meer, mijn arme man! Ik verpleegde hem maandenlang, aan zijn ziekbed heeft hij mij veel verteld. Hij leed zooveel, en ik wil en kan nooit gelooven dat hij schuldig was,, hoewel hij het zelf bekend heeft. Na zijn dood zwierf ik vele jaren eenzaam rond. Ik had verschillende betrekkingen, als gezelschapsdame, huishoudster, kinderjuffrouw, kamei-

Sluiten