Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhuurster, ja zelfs als loketjuffrouw in een schouwburg, maar ik had overal tegenslag en daalde steeds lager af. Ik zag veel van de wereld, leerde menschen kennen van verschillend gehalte, en het verschafte mij soms een genot om ze gade te slaan in hun bedrijvige doenerij van belangrijke grootheid en blufferige bedilligheid.

Soms zag ik onderweg bekende gezichten, menschen die vroeger kwamen schitteren in onze salons. Nu vermoedden zij niet dat het juffertje, dat hen aan het loket een kaartje voor de voorstelling verkocht, of dat, een wagen met schreeuwende kinderen voortduwend, in den dierentuin van de eene kooi naar de andere sjouwde, hunne eens zoo mooie, gevierde gastvrouw was. Zij letten niet op de moede, sjofele kinderjuffrouw, en hielden de ooren dicht voor het gejank der zeurende, dwingerige wichten.

Eindelijk, na vele jaren van rondtobben, zwerven en ellende, had ik genoeg van de menschen; ik trok weer naar Holland en noemde mij Anna v. d. Niet, boerendochter. En toen ik hier op de hei een leegstaand hutje vond, trok het mij aan als een geschikte plaats om alleen en ongestoord uit te leven en uit te zingen mijn leed. En ik heb berusting gevonden, ik kan vredig sterven nu. Aan de hei heb ik alles toevertrouwd en de hei heeft zich ontfermd over mij, arme; zij leerde mij berusten, begraven, steeds meer dooden, en begraven, al maar begraven hier van binnen: zoo werd ik een heiheksje. Wanneer 's winters de hei onbegaanbaar was door dikke sneeuw, wanneer de storm bulderde om mijn hut

Sluiten