Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lager de lippen prevelden al maar door, zachter en zachter steeds: .neen, hij was niet schuldig, - de menschen waren slecht, - mijn Ernest - mijn lieve Francine,

mijn arme

Het gefluister werd onverstaanbaar; de arme vrouw verviel in& dof gepeins. Haar wonder levensboek, dat zij dacht voor goed te hebben afgesloten, lag nu nog eenmaal voor haar opgeslagen en zij doorlas, doorleed en doorleefde nog eens al die dichtbeschreven, volgekrabbelde bladzijden uit het verleden, van begin tot eind; maar bij de middelste was het papier het zwartst, daar zag men bijna geen wit meer tusschen de regels, daar bleef zij het langst bij st.L En haar oogen vielen half dicht en haar lippen prevelden nog maar altijd verder onverstaanbare, fluisterige klanken.

Zoo zat zij, en over het oud, diep-genmpeld gelaat spreidde zich een zachte, gelukkige glans; zij scheen de tegenwoordigheid van Nanny en haar moeder geheel vergeten en was zeker bezig aan een bladzijde waarop iets heel moois te lezen stond, want de glans op haar gelaat werd helderder en helderder, breidde zich uit over het geheele persoontje, maakte even plaats voor een hoogen gelukstraal die er langs henengleed; werd dan tot vredeglans en zij glimlachte mooi.

Mevrouw Rogers wenkte Nanny.

Kom kind, laat ons gaan en haar alleen laten in haar

mooi' herdenken; laat ons heel zacht weggaan, zonder haar

te storen," fluisterde zij.

Onhoorbaar openden zij de deur en verdwenen.

Sluiten