Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thuis gekomen, was zij daar oververmoeid in neergezakt

en scheen zóó ingeslapen.

Den volgenden middag begroef men haar op het kerkhof te Holden, heel eenvoudig, zonder toespraak, zonder bloemen; zoo eenvoudig als zij het gewild had, zooals het paste aan Anna van der Niet.

Het was spoedig gebeurd, en de enkele dorpelingen

die bij haar graf waren, gingen heen.

,,'t Is maar gelukkig, want ze had nu tóch mets meer aan d'r leven; maar 't was een goed mensch, hoewel sommigen zeiden dat ze behekst was; ze deed niemand kwaad!" zeiden ze, onder 't huiswaarts gaan.

Neen, ze had nooit iemand leed gedaan. Daar waren ze 't allemaal over eens in 'tdorp, en dat was al veel, vonden de Dooriers, die er nogal van hielden om van

elkander kwaad te spreken.

Stil en eenzaam was het op het kleine kerkhof toen de menschen weg waren. Stil en langzaam liep de dag ten einde. De zon, die 's morgens alles zoo helder bestraalde, ging nu schuil achter grijze wolken en verdween meer en meer.

Alles was zoo rustig; geen ander geluid dan het o-etjilp van een paar musschen, die op het zandpaadje en over de steenen tippelden, het zacht windgesuis van dennen, die hier en daar verspreid stonden tusschen de graven. Veraf klonk het geluid van voetstappen; zij naderden,

waren dichtbij nu.

Nanny ging met vader en moeder over het kerkhof

heen. Zij droeg een krans van rozen en sparregroen. Even

Sluiten