Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stonden zij stil bij het graf van Anna van der Niet. Nanny legde er haar krans op, zij spraken een paar woorden, dan gingen zij verder en waren spoedig verdwenen.

En toen was alles weer stil, avondstil; steeds zwakker en matter en bleeker werd het licht, het werd schemertijd. Een kille, grauwe nevel breidde zich over de hei; koud en somber, door niets gestoord, lag het kerkhof daar.

Op hei en kerkhof ging alles slapen. De vogels zochten hunne nesten op, de bloemen vouwden dicht haar blaadjes en lieten de kopjes hangen.

Nog even vloog een leeuwerik hoog over de graven heen en jubelde.

De duisternis viel, de nevel werd dichter en dichter, en omhulde boomen, bloemen en vogels, zerken, steen en zand, het levende en het doode, te zamen in een grauw, zwartachtig waas. Plechtige avondstilte omsluierde alles geruischloos in 't rond.

In de donkere, wolkenbedekte lucht flonkerde héél flauw één enkele ster en wierp een teeren lichtstraal over het jongste graf.

Alles één vrede, één rust.

Het einde van den dag.

En dan: „Goê-nacht!"

Sluiten